Zonnebrandmiddelen worden in Europa behandeld als cosmetische producten en moeten dus voldoen aan Verordening (EG) nr. 1223/2009 inzake cosmetische producten. In deze verordening zijn de regels voor veiligheid, ingrediënten, etikettering en marketing vastgelegd voordat een product in de Europese Unie mag worden verkocht. De Europese Commissie heeft ook aanbevelingen gedaan over de doeltreffendheid van zonnebrandcrèmes en claims waarmee fabrikanten rekening moeten houden tijdens de productontwikkeling. Deze aanbevelingen richten zich vooral op hoe goed zonnebrandcrèmes beschermen tegen UV-straling en hoe deze bescherming aan consumenten wordt gecommuniceerd.
Zonnebrandmiddelen onder de EU Cosmeticaverordening
In de Europese Unie worden zonnebrandmiddelen beschouwd als cosmetica en niet als geneesmiddelen. Dat betekent dat ze moeten voldoen aan de eisen van Verordening (EG) nr. 1223/2009.
Een zonnebrandmiddel wordt gedefinieerd als een preparaat dat bedoeld is om in contact te worden gebracht met de huid om deze te beschermen tegen ultraviolette straling. Deze bescherming kan plaatsvinden door UV-straling te absorberen, te verstrooien of te reflecteren. Zonnebrandcrèmes kunnen in verschillende vormen voorkomen, zoals crèmes, oliën, gels of sprays.
Om in de EU op de markt te mogen worden gebracht, moeten deze producten veilig zijn voor de menselijke gezondheid en voldoen aan de wettelijke eisen voor cosmetische producten.
Minimale efficiëntie-eisen
De Europese Commissie heeft aanbevelingen opgesteld voor de minimale doeltreffendheid die zonnebrandmiddelen moeten hebben voordat ze in de EU op de markt mogen worden gebracht. Deze aanbevelingen richten zich op drie belangrijke elementen met betrekking tot bescherming tegen UV-straling.
UVB-bescherming
Een zonnebrandmiddel moet een Sun Protection Factor (SPF) van minstens 6 hebben. Producten met een SPF lager dan 6 kunnen niet worden geclassificeerd als zonnebrandmiddelen.
UVA-bescherming
De UVA-beschermingsfactor moet minstens een derde zijn van de SPF-waarde die op het etiket staat.
Kritische golflengte
De minimale kritische golflengte die vereist is voor een zonnebrandmiddel is 370 nm.
Deze criteria helpen bevestigen dat zonnebrandmiddelen een evenwichtige bescherming bieden tegen zowel UVA- als UVB-straling.
Testmethoden voor zonnebrandmiddelen
Om het beschermingsniveau van zonnebrandmiddelen te controleren, moeten specifieke testmethoden worden gebruikt. Deze tests moeten gestandaardiseerd en reproduceerbaar zijn en factoren zoals fotodegradatie kunnen evalueren.
De meest voorkomende testen zijn:
-
SPF-tests: Uitgevoerd volgens de International Sun Protection Factor Test Method ISO-EN-UNE 24444 (in vivo) of andere in-vitromethoden.
-
UVA-beschermingstests: Bepaald met de PPD-methode (Persistent Pigment Darkening), gewijzigd door het Franse gezondheidsagentschap Agence française de sécurité sanitaire des produits de santé (Afssaps) onder ISO-EN-UNE 24443, of met in-vitromethoden.
-
Kritische golflengte testen: Uitgevoerd volgens de ISO-EN-UNE 24443 methode.
De resultaten van deze tests bepalen het beschermingsniveau dat kan worden geclaimd op het etiket van het product.
Beschermingscategorieën voor zonnebrandmiddelen
Op basis van de SPF-testresultaten kunnen zonnebrandmiddelen worden ingedeeld in vier beschermingscategorieën:
-
Lage bescherming
-
Middelmatige bescherming
-
Hoge bescherming
-
Zeer hoge bescherming
Deze categorieën worden gebruikt op productetiketten om consumenten inzicht te geven in het geboden beschermingsniveau.
Claims en waarschuwingen voor zonnebrandmiddelen
De Europese Commissie geeft richtlijnen voor de soorten claims die niet op zonnebrandmiddelen mogen worden gebruikt. Claims die een volledige bescherming tegen UV-straling suggereren, zijn niet toegestaan. Voorbeelden hiervan zijn vermeldingen als:
-
“sunblock”
-
“sunblocker”
-
“totale bescherming”
Claims die suggereren dat zonnebrandcrème niet opnieuw hoeft te worden aangebracht, zoals “de hele dag voorkomen”, moeten ook niet worden gebruikt.
Op de etiketten van zonnebrandcrèmes moeten waarschuwingen staan die consumenten eraan herinneren dat ze veilig aan de zon kunnen worden blootgesteld. Voorbeelden zijn:
-
“Blijf niet te lang in de zon, zelfs niet terwijl je een zonnebrandmiddel gebruikt.”
-
“Houd baby’s en jonge kinderen uit direct zonlicht.”
-
“Overmatige blootstelling aan de zon is een ernstige bedreiging voor de gezondheid.”
Fabrikanten worden aangemoedigd om gebruiksaanwijzingen op het etiket van het product te vermelden, waaronder informatie over het aanbrengen van zonnebrandcrème voordat je in de zon gaat en het regelmatig opnieuw aanbrengen, vooral na het zwemmen, transpireren of afdrogen.
Conclusie
Zonnebrandmiddelen die in de Europese Unie in de handel worden gebracht, moeten voldoen aan de EU Cosmeticaverordening (EG) nr. 1223/2009 en de aanbevelingen van de Europese Commissie over de doeltreffendheid van zonnebrandmiddelen en claims. De producten moeten bescherming bieden tegen zowel UVA- als UVB-straling, voldoen aan vastgestelde doeltreffendheidscriteria en getest zijn met erkende methoden. Duidelijke etikettering, passende claims en veiligheidswaarschuwingen zijn ook nodig om consumenten te helpen begrijpen hoe ze zonnebrandmiddelen doeltreffend kunnen gebruiken.